Bijna ga ik weg. Een tijdje vrijwilligerswerk doen bij een Nederlands gezin in Zweden. Een droom die uitkomt; eindelijk ga ik dan echt naar een van de Scandinavische landen. Ik ben veel te fanatiek op DuoLingo^^

De stress vliegt me zo nu en dan aan. Niet nodig, weet ik, maar ik voel de cortisol door mijn lichaam razen zogezegd. Ik probeer het tijdelijke ongemak maar te verdragen. Ik heb inmiddels genoeg succeservaringen opgedaan om te vertrouwen dat ik dit avontuur prima alleen aan kan. Dat ik het red. Dat ik ga genieten en niet constant aan mezelf probeer te ontsnappen. Dat ik de rust vind om zo dicht mogelijk bij mezelf te blijven. Niemand kan me wat maken.

Mijn koffer is half ingepakt. Ik ben echt veel te trots dat ik het zo kort op de reis doe haha. Het liefst had ik een maand geleden mijn koffer al van de kast getrokken. Een uitgebreide lijst op A4 formaat is het alternatief. Stapeltjes vormen zich in mijn huis. Complimenten van mensen die het “stoer” vinden wat ik ga doen, dringen waarachtig door. Vreemd…

Ik probeer mijn telefoon enigszins op te schonen voor ik vertrek. Een taak wat naar mijn idee vrijwel iedereen uitstelt. Tegenwoordig maken we ook te makkelijk veel te veel foto’s. Mijn probleem is ook dat ik verzand raak in de foto’s en verhalen die al op mijn harde schijf staan; foto’s van vroeger en hersenspinsels van meer dan 10 jaar oud. Ik word er altijd een beetje melancholiek van. Ik bestempel het niet zozeer als vervelend gevoel hoor, maar het is wel weer heel typisch ik.

Inmiddels kan ik mijn verhalen teruglezen met een soort van verdrietig mededogen. Het is niet moeilijk mij in te leven; het is tenslotte mijn eigen levensloop. Het is voorbij. Ik ben veilig. Het is te verklaren. En het maakt mij niet minderwaardig of ongelijkwaardig van anderen. Dat wist ik theoretisch altijd wel, maar het voelde niet zo. Nu ben ik 30 en het begint waarachtig door te dringen… Hèhè. Iets met laatbloeier haha.

Volgens de weervoorspelling gaat het straks regenen. En onweren. Daar heb ik altijd van gehouden. Die dreiging. De natuur laat zich even helemaal gaan. Een ontlading. Ik staar vaak naar de regen en zie de vergoten en onvergoten tranen. Inwendig huil ik mee. Als het warmer is, schiet ik snel naar buiten; regendruppels lopen van mijn opgeheven gezicht en kleding naar beneden. Ik kan een glimlach niet onderdrukken. En van weinig natuurfenomenen kan ik meer genieten, als van de frisgroene geur van de aarde na zo’n bui. Alsof het allemaal goed is. Zelfs als het niet goed is.

In het verleden verweet ik mijzelf dat ik raar was, doordat ik hiervan genoot. Men spreekt over regen altijd met een negatieve ondertoon. Ze hebben liever zon. Daar ga je al helemaal niet vrijwillig in staan! Ik deed maar mee met het mokken over het weer (Laten we wel wezen dat ik ook niet blij word van in een ijskoude bui ergens heen te moeten, terwijl mijn haar alle kanten op krult).

Inmiddels sta ik bij meerdere mensen bekend om mijn voorliefde voor regen. Ook al zit ik niet per se te wachten op simpel gemiezer waar je zeiknat van wordt. Dat deel van mij wat zich ergens nog schaamt, is zo goed als verdwenen. Ik durf uit te komen voor mijn vreemde genot. Laat me met rust.

Zo zijn er een legio aan voorbeelden van de afgelopen jaren die ik zou kunnen aanhalen, vergelijkbaar met deze ( mijn "deprimerende" muzieksmaak of onredelijke blijheid jegens konijnen, zijn ook voorbeelden). Ook daarin verweet ik mijzelf raar te zijn. Ik wilde anders. Ik wilde “normaal”. Ik snapte maar niet wat er mis met mij was. In al die verhalen komt regelmatig de term ‘zelfhaat’ naar voren. Dat en ‘ongelijkwaardigheid’. Helemaal toen ik de diagnose autisme kreeg. Alsof autisme per definitie betekende dat ik nooit gelijkwaardig zou zijn. In redelijk wat verhalen die ik van andere vrouwen met autisme lees, voelt de diagnose als een bevrijding; dingen vallen eindelijk op hun plek. Voor mij voelde de diagnose als een belemmering.

Ook vond ik een videootje dat ik heb opgenomen op de parkeerplaats van mijn stageplek destijds. Ik vraag me hardop af hoe mensen zich nou moeten voelen na 1 avond les en 2 dagen werk. Ik som een waslijst aan klachten op, ergens realiserend dat het waarschijnlijk niet zo zou moeten voelen. Ik verwijt mezelf dat ik vanavond niet naar bootcamp mag. Er is ook gelatenheid; blijkbaar ben ik gedoemd mij zo te voelen. Zo alleen en verdrietig, met fysieke pijn, angstig voor de onvermijdelijke paniekaanval die ik thuis ga krijgen. Ik heb de schijn nog een jaar weten op te houden voor ik letterlijk instortte. Mijn uiterlijk is onaangedaan. Mijn ogen spiegelen de gebrokenheid vanbinnen.

Ik bleef rennen. Vluchten voor mijzelf. Ik haatte het dat ik steeds moest uitvinden wat voor mij werkte en niet domweg meekon met de meute. Zoveel verloren energie. Dat mijn verhalen anders zijn dan “gemiddeld”. Het voelde ongelijkwaardig. Alsof ik te dom was deze wereld te begrijpen. Dat ik permanent externe hulp nodig zou hebben. Dat een reis zoals Zweden nooit realistisch zou worden…

En kijk mij nu. Ik ben nog altijd herstellend; doodmoe van tijd tot tijd. Ik heb nog steeds hulp. Sommige zaken zullen voorgoed anders zijn. Met enige regelmaat betrap ik mezelf op de foutieve gedachtenkronkels, die ik mij eigen heb gemaakt. Ik wil me niet meer laten leiden door wat ik dénk dat anderen leuk vinden. Toen was het miss een beschermingsmechanisme, maar het belemmert mij nu. Ik ga het afleren. Dat kan ik. Het verleden is geweest. Ik vind mezelf tegenwoordig van tijd tot tijd nog best leuk; ik heb precies dezelfde hobby's en humor als ikzelf! WOW.

Ik weet dat ik nog vaak op mijn bek zal gaan. Helaas, dat is het leven. Dat is dan wel weer normaal haha. Het is een kwetsbaarheid die mij míj maakt. En dat is oké. Het maakt me niet minderwaardig. Het maakt me anders. Authentiek.