Een bekend beeld: een overvol perron in de spits. De meest bijzondere types komen voorbij. Ieder met hun eigen stijl. Ieder met hun eigen verhaal.

Ik ben mensen aan het kijken. Het is genieten wat je allemaal voorbij ziet komen. Sommigen het benijden waard, anderen niet in het minst. Zo zie ik ook een oudere vrouw  in een kleurrijke lapjesjurk alleen staan. Ze heeft de outfit getopt met hoed + veer, een houtje-touwtje jas en gestikte cowboylaarzen. Nou zul je deze combinatie niet gauw in een magazine vinden, maar toch. En die laarzen! Ik vind haar laarzen prachtig.

Toch klopt het plaatje niet helemaal. Haar gezichtsuitdrukking. Ze kijkt stuurs. Ik kijk om mij heen; vrijwel iedereen op het perron kijkt stuurs. Ze willen duidelijk allemaal ergens anders zijn. Ik vind het jammer. Ten eerste zou de wereld een stuk prettiger aanvoelen als je lachende mensen ziet. Ten tweede, het zou de bijzondere outfit van de vrouw compleet maken.

Mijn trein komt aan. Stuurse gezichten dringen in de drukte naar een plaatsje om te kunnen instappen. Ik loop langs de vrouw en tikt haar op de schouder. Ze kijkt verstoort op. “Hallo mevrouw, ik wil u toch even zeggen dat ik uw cowboylaarzen geweldig vind!” Een brede glimlach komt tevoorschijn op haar gezicht. Ze bedankt me uitvoerig voor mijn spontane compliment. Ik word er bijna ongemakkelijk van; het was tenslotte een hele kleine moeite.

Eenmaal in de trein gestapt, kijk ik naar de in kleur gehulde vrouw, op het perron. Ze staat nog altijd alleen, maar dit keer met een brede glimlach. Haar outfit is compleet.