In heel veel bedrijven en organisaties wordt er meer gelet op de inclusiviteit van haar werknemers. Voelt iedereen zich op zijn/haar/hun plek? Zijn er onderwerpen en beperkingen waar extra aandacht voor nodig is?
Vele theorieën zijn er ingezet om programma’s te creëren die bijdragen aan het betrekken van alle typen mensen op de werkvloer. Ook worden externe organisaties aangetrokken om voorlichting te geven over een (specifieke) doelgroep. Men is (online) enthousiast in het delen van informatie en het verzinnen van mogelijke toepassingen. In theorie gaat de verdraagzaamheid en diversiteit erop vooruit.
En de praktijk dan? Worden de voorlichtingen ter harte genomen en toepassingen geïmplementeerd? Wordt er enkel gekeken naar iemands kwaliteiten of slaat de teller door naar het halen van bepaalde cijfers? Is het überhaupt wel mogelijk een balans te vinden in kwaliteit en diversiteit op de werkvloer?
Want, laten we eerlijk zijn, welke werkgever zit er nu te wachten op een werknemer met een beperking? Er is een groter risico dat deze persoon kan uitvallen of andere kosten met zich meebrengt. Dat is voor een bedrijf met commerciële doeleinden toch helemaal niet efficiënt? Efficiëntie neemt tenslotte een hoge plek in de maatschappij, waar het om snelheid en prestaties gaat.
Dat is nogal pijnlijk voor de hoeveelheid mensen die een afstand heeft tot de arbeidsmarkt en wél dolgraag willen werken. Mensen die een uitkering ontvangen, simpelweg omdat ze nergens worden aangenomen.
Laten we de focus verplaatsen. Van voorlichting en programma’s, naar de daadwerkelijke implementatie. Laten we kijken naar de persoon achter de sollicitatie, en niet enkel naar de lijst van werkzaamheden op de CV. Uiteraard moet iemand in staat zijn zijn/haar/hun werk te kunnen doen. Sommigen zijn simpelweg ongeschikt. Ook vereist menigeen baan meer cijferwerk en te behalen doelen dan andere. Dat zal niemand ontkennen.
Wees daarom kritisch. Maar houdt het menselijk. Houdt het inclusief. Kijk naar de persoon.