Het is een bekend feit dat er vele meningen zijn te vinden in de wereld. Noem een onderwerp en het is makkelijk meteen 2 meningen te verzinnen: voor of tegen. En dan komen de nuances pas.

De wereld lijkt zich steeds meer te verharden betreft het tolereren van een ander geluid. Politieke landschappen versplinteren steeds verder, woorden worden feller en dwingender uitgesproken. De bereidheid te luisteren naar wat een ander echt zegt, lijkt steeds minder te worden. Er wordt gereageerd op de toon en niet de inhoud.

En hoe zit dat eigenlijk met woorden op zich? Heeft een woord wel een concrete betekenis? En hoe interpreteert iemand een woord? Daar hoeft geen mentale stoornis of taalbarrière aan te pas te komen. Is gras wel echt groen? Of is het gras dat de een als ‘groen’ ziet, eigenlijk ‘rood’ voor de ander? En waarom heeft een term als ‘dik’ een overwegende negatieve associatie? Feitelijk is het gewoon een omschrijving van een figuur. Nergens enige lading te bekennen.

Het besef dat gesprekken zo worden gekleurd door een persoon, en dat x het aantal mensen op deze planeet, maakt het vrijwel onmogelijk overal rekening mee te houden. Het is daarmee overduidelijk dat gesprekken de nodige irritaties en miscommunicaties kunnen opleveren. Zolang het maar geen excuus wordt, de eigen mening op te leggen aan een ander. Het streven naar een zo verdraagzaam mogelijk draagvlak, geeft zo veel mogelijk mensen de ruimte zich uit te blijven spreken.

Wees daarom alert in woordkeuze. Een woord of zin kan voor een ander een hele andere lading hebben. Het kan kwetsend zijn, of tot miscommunicaties leiden. Het is niet erg om fouten te maken, maar wees bereid te accepteren dat de gesprekspartner er andere associaties kan hebben. Geef elkaar de kans over verschillen te praten. ‘Agree to disagree’